rood blauwe elepsis logo Belegger.nl

Michael Burry: terug van weggeweest

AI en short selling – ruiken de haaien bloed?

 Michael Burry: terug van weggeweest
Beeld: iStock

Na een lange afwezigheid komt Michael Burry de laatste weken opnieuw frequent voor op talloze sociale media en TV-platforms. Hij verwierf wereldfaam door het fortuin dat hij verdiende met het “shorten” (speculatie à la baisse) van risicovolle Amerikaanse hypotheken in de periode 2007/2008.

Burry boekte met zijn Scion Hedge fund - inmiddels opgeheven - toen een winst van 700 miljoen dollar voor zijn klanten en persoonlijk 100 miljoen dollar. Zijn levensverhaal was tevens de inspiratie voor de film The Big Short (2015). Vandaag heeft hij zijn pijlen gericht op de AI-sector. Wat is er aan de hand?  

De bal kwam aan het rollen toen Burry begin november bekendmaakte dat hij 1 miljoen put opties had gekocht op Nvidia (187 miljoen dollar waarde) en 5 miljoen put opties op Palantir (912 miljoen dollar waarde). Beide shortposities samen zijn dus meer dan 1 miljard dollar waard en ongeveer 80% van de uitstaande waarde van Scion Capital; een aanzienlijke speculatieve gok.

Dat Burry dit doet voor zo’n exorbitant bedrag trekt uiteraard de aandacht. Is deze gok gerechtvaardigd? Het is niet de bedoeling van dit artikel om hier uitsluitsel over te geven. Het is wel opvallend dat er heel wat media-aandacht gaat naar deze positie en dat Michael Burry ervan overtuigd is dat hij zijn tweede grote slag zal slaan bij het speculeren op koersdalingen. Wat leert de geschiedenis ons wanneer het gaat over zulke speculatieve mega-operaties?

George Soros’ aanval op het Britse pond

Vooraleer Burry furore maakte, waren er in de jaren 90 twee grote short-operaties die de geschiedenisboeken haalden, elk met hun eigen specifieke kenmerken. De eerst Big Short komt op naam van Georges Soros. Gedurende de zomer van 1992 had Georges Soros’ Quantum Fund een aanzienlijk shortpositie opgebouwd op het Britse pond. Hij speculeerde dat deze munt niet langer in het EMS-systeem thuishoorde en bijgevolg aanzienlijk zou devalueren.

Op “zwarte woensdag” 16 september van dat jaar kreeg Soros gelijk. Het pond devalueerde inderdaad en het Quantum Fund streek hier ongeveer 1 miljard dollar winst bij op.

Het verhaal verdient wel wat nuancering: toen de crisis uitbrak gooide de Engelse centrale bank vrij snel de handdoek in de ring. Sommigen beweren zelfs dat toenmalig minister van financiën Norman Lamont de champagne ontkurkte toen hij het nieuws vernam. Dat doet vermoeden dat Lamont de Bank of England had geadviseerd om niet al te actief te reageren in geval van speculatieve aanvallen op de munt. Lamont was er namelijk nooit een fan van dat het pond in het EMS-systeem zat als wachtkamer om ooit tot de euro te toe te treden.   

Speculeren op de Hongkong dollar

Een tweede en zeer leerzame Big Short speelde zich af in Azië in het najaar van 1997. Tijdens de zomer brak een grote, voornamelijk valuta-gerelateerde crisis uit, waarbij Thailand, Indonesië en Maleisië bij de eerste grote slachtoffers hoorden. Vervolgens verplaatsten speculanten hun aandacht naar de hoofdprijs: Hongkong.

De speculatieve gok à la baisse bestond uit twee veronderstellingen, waarvan er in principe minstens één werkelijkheid zou worden. Het eerste been was een speculatie op het feit dat de HK dollar niet langer aan een vaste wisselkoers (7,8 voor 1 dollar) zou kunnen noteren en dus zou devalueren. Het tweede been was de gok dat de beurs van Hongkong aanzienlijk neerwaarts zou corrigeren.

De logica hierachter was dat indien de munt verdedigd zou worden door gigantische renteverhogingen, de beurs zou crashen. Dus ofwel ging de munt onderuit, ofwel de beurs (ofwel beide).

Initieel werkte dit draaiboek. De munt kwam onder vuur, en de autoriteiten trokken de rente stelselmatig op. Tussen 20 en 23 oktober zakte de beurs met 23%. Daarop grepen de autoriteiten in met de grote middelen. De eendagsrente werd op een bepaald moment opgetrokken tot 280% (!!) ter verdediging van de munt terwijl tegelijkertijd de autoriteiten massaal aandelen op de beurs opkochten. In sommige gevallen werden ze in bepaalde beursgenoteerde bedrijven zelfs meerderheidsaandeelhouders.

Resultaat: de speculanten dropen af en likten hun wonden, terwijl de Angelsaksisch getinte financiële pers het een schandaal vond dat een land – dat jarenlang bovenaan prijkte als meest open en liberaal bestuurd land ter wereld – plotseling een staatsgeleide economie was geworden. Hongkong glimlachte, de autoriteiten bouwden achteraf gradueel hun aandelenposities af (1998/1999) en boekten enkele miljarden dollar beurswinst.

Moraal van het verhaal

Massale speculatieve aanvallen kunnen succesvol zijn, maar soms moet het ook een beetje meezitten (zoals Soros). Om het met Sun Zu (The Art of War) te spreken: indien je jezelf en de vijand kent, dan hoef je niet bang te zijn van het resultaat van 100 veldslagen. De winnaar is hij die weet wanneer een gevecht aan te gaan en wanneer niet.

Christofer Govaerts is Chief Economist & Investment Strategist bij Bank Nagelmackers. Deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.