Morningstar heeft twee fondsratings die beleggers verschillende inzichten verschaffen.
De Morningstar Rating, misschien bekender onder de term ‘sterren-rating’, kijkt in de achteruitkijkspiegel en is een maatstaf voor de historische voor risico gecorrigeerde prestaties van een fonds over de afgelopen drie, vijf en tien jaar binnen de betreffende Morningstar-categorie. Deze rating meet rendement en is puur kwantitatief. Voor het ontvangen van een Morningstar Rating moet een fonds een trackrecord hebben van minimaal drie jaar.
De Morningstar Medalist Rating daarentegen is een toekomstgerichte rating die de verwachtingen weerspiegelt over het vermogen van een fonds om positieve alpha te genereren versus de categorie-index over een volledige beleggingscyclus. Deze rating kan of door analisten, door een kwantitatief model of door een combinatie van de twee worden toegekend, maar is in alle gevallen gebaseerd op een beoordeling van het beleggingsteam, het beleggingsproces en het fondshuis.
De Morningstar Medalist Ratings die rechtstreeks zijn toegewezen door analisten worden doorgaans op jaarlijkse basis geëvalueerd, terwijl beoordelingen die (gedeeltelijk) zijn toegewezen door een algoritme maandelijks geproduceerd worden. Analisten doen bij een beoordeling van fondsen uitgebreid kwalitatief onderzoek en praten met de beheerders om een compleet beeld van de strategie te krijgen voordat de rating wordt toegekend.
Ratings lopen sterk uiteen
Hoewel het mogelijk is dat fondsen met een sterk historisch track record vier of vijf sterren hebben én door analisten als kansrijk worden gezien voor de toekomst, zijn er ook gevallen waarin de twee beoordelingen sterk uiteenlopen, wat het verschil in methodologie onderstreept.
Hieronder bespreek ik twee fondsen met weinig sterren (een of twee) die van Morningstar-analisten een Silver of Gold Morningstar Medalist Rating krijgen.
Over het algemeen gebeurt dat als de strategie uit de mode is of een hoge volatiliteit vertoont (wat door de sterrenrating behoorlijk zwaar wordt bestraft) maar Morningstar-analisten overtuigd blijven van het langetermijnpotentieel op basis van de kwaliteit van het beheerteam, het beleggingsproces en het fondshuis.
Niettegenstaande de positieve Morningstar Medalist Rating blijft voorzichtigheid geboden, gezien het feit dat deze fondsen dus lange tijd in het rood kunnen blijven staan.
Terugblik
Eind april 2024 haalde ik Comgest Growth Japan aan als een voorbeeld van een fonds waarin wij van Morningstar vertrouwen bleven houden in de aanpak van het team, ondanks de tegenwind. Sindsdien behaalde het fonds een cumulatief rendement van bijna 17% in euro, al bleef het daarmee wel 1,4 procentpunt achter bij het categoriegemiddelde.
Het andere fonds dat we bespraken was de Vanguard LifeStrategy 20% Equities ETF, die in 2022 flink werd geraakt door zijn hoger-dan-gemiddelde duration (een maatstaf voor renterisico). Dat fonds presteerde sindsdien echter duidelijk beter, met een rendement van 10,8% ten opzichte van 8,5% voor het categoriegemiddelde.
Nieuwe naam
Neuberger Berman US Small Cap Fund zit momenteel in de hoek waar de klappen vallen, maar het blijft volgens onze analisten een beproefde strategie.
Vooraleerst wekt de ruime ervaring van het team vertrouwen. Bob D’Alelio en teamleden Brett Reiner en Greg Spiegel delen de verantwoordelijkheid voor deze portefeuille. D’Alelio beheert de strategie sinds augustus 1997 en Reiner en Spiegel werden in augustus 2019 volwaardige medebeheerders. Het drietal beheerde vermogen door verschillende marktcycli heen en wordt ondersteund door vijf toegewijde analisten.
Het team zoekt binnen het small cap-universum naar winstgevende bedrijven met duurzame inkomstenstromen: een succesvol recept in een segment waar winstgevendheid zeldzamer is. De beheerders streven ernaar om 90–150 aandelen te bezitten van bedrijven met weinig schulden, hoge rendementen op activa en verdedigbare concurrentievoordelen. Ze bouwen nieuwe posities geleidelijk op, om zeker te zijn dat hun beleggingscasus klopt, en houden posities vaak langdurig aan. Wanneer winnaars in marktkapitalisatie groeien, bouwen ze die posities even geleidelijk weer af.
De strategie heeft de neiging om achter te blijven in stijgende markten vanwege de lagere bèta van de portefeuille (een maatstaf voor volatiliteit ten opzichte van de benchmark), wat de voorbije jaren tot uitdagingen heeft geleid.
Volgens Morningstars risicomodel verklaren factorblootstellingen een deel van deze underperformance. De markt heeft volatiliteit en momentum beloond, terwijl kwaliteit niet werd gewaardeerd. Hoewel het begrijpelijk is dat het team sommige hoogvliegers heeft gemeden, zijn er ook enkele beoordelingsfouten gemaakt. Toch heeft de strategie zich in het verleden hersteld van vergelijkbare perioden waarin de markt wat uitbundig was.
Thomas De Fauw is analist multi-asset fondsen bij Morningstar Benelux.